‘In september 1738 was Jan dronken en tijdens een vechtpartij kwetste hij Jan Vander AA [Jan van Aert] zijn gebuur. Hoofddrossaard heeft daarvoor aangeslagen zijn meubelen en vruchten te velde staande voor de som van 100 pattacons waarmede Van der AA nog niet tevreden was. De schepenen van het dorp verzoeken dat Jan Wijnant [dus zijn vader is Wijnant=Winandus] zijn erfgoed zou mogen behouden omdat zij bang zijn dat hij anders op de vlucht zou slaan en de H. Geesttafel voor zijn vrouw en vijf kinderen zou moeten zorgen’.
(C. Verbist, Rijkevorsel. Families in de 18de eeuw, Rijkevorsel 2006, ongepagineerd).

 

Jan is Joannes Eelens, gedoopt Vlimmeren 9 april 1696 (*akte), begraven aldaar 5 sept. 1760 (met uitvaart), trouwt Rijkevorsel 27 juli 1724 Catharina (Katelijne) Mosmans (Mostmans), gedoopt Rijkevorsel 3 juli 1700, overleden+begraven Rijkevorsel 18 sept. 1773. Hij is zoon van Winandus Eelen(s), geboren ca. 1656-60 (doopregisters Vlimmeren 1653-78 zijn verbrand), overleden Rijke­vorsel 24 maart 1711, schout van Vlimmeren (1704), trouwt Vlimmeren 12 febr. 1686 (huwelijksgetuigen Joannes Eelens en Gerardus Eelens) Adriana Geerts, dochter van Adrianus Geerts en onbekende, overl. Rijkevorsel 22 juni 1728.

 

In Vlimmeren werd nogal eens gevochten, waarbij dronkenschap een belangrijke oorzaak was. In het Gildeboek van het Sint-Sebastiaansgilde van Vlimmeren, waarin sinds de stichting in 1688 de familie Eelens goed vertegenwoordigd was (Cornelis, Jan, Petrus, Christianus, Adrianus, Dionisius, Boudewijn, Jacobus, Martinus, Teys, Gerardus), werd al in 1724 een algemene verordening voor de gildebroeders vastgesteld om dit soort uitspattingen te beteugelen [bron]:

“Ordonantie gehouden van den hooftman coninck oudermans dekens met alle de andere guldebroeders as dat over alle demenigvuldige fouten en abwese soo van keijven vechten als andere schandelijck misbruijcken sodist dat wij om alle twiest en tweedraght teselven hebben alle voorgaende fouten minnelijck sijgen en soo dat men der en eijgene deminste vermaeninghe en willen aff hebben van den minste tot den meesten maer sullen nu int toecomende alle fouten en misbruijcken weerden behoorlijck ghestraft volghens onse carte waer tot nu sal waen dese eenen boetmeester welcks boetmeester sall gehouden sijn alle boeten in aght te hoyden en die overgeven in handen van den hooftman welcken dan sal de boeten vraghen naer aert des misbruijck en oft dat het quaemte dat eenige anders guldebroeders deen die anderen quaemte calensters dat die sullen terstonts het selve moeten overhande in handen van den boetmeester welck boeten sullen moeten betaelt worden binnen die tijdt van acht daghen sonder langher verdraghsen soo sullen de boetmeester moeten dienen een jaer te weten van den eenen St. Sebastiaen tot den anderen als wanneer men als dan sal kiesen eenen andere boetmeester die oock sal dienen op de selfsen voet dese -17 junij 1724- dat met overstaen van de gelijcke gulde van Vlimmeren ter huijse van Geeraert Nuijens ende gulde camerenden, den hooftman Willem Kibooms en Coninck Peeter Huijbrechts.
X is den eersten boetmeester Adriaen Faes.”

Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat het gildeboek vooral gaat over de kosten van tonnen bier van goede kwaliteit die jaarlijks worden genuttigd. Aardig is de volgende vermelding:

“In het jaer 1767 den -18 augustus heeft den Biskop van Antwerpen hier te Vlimmeren gevormt ende is van de guldebroeders ingehaelt op desen dagh hebben de guldebroeders een ton bier gedroncken ende dese ton bier is van de gulde betaelt op de rekeninghe van de gulde den -7 februarius int jaer 1768- soo datter van wegens het dorp oft van den bischop gheen het minste aen de gulde van dese ton bier is gegeven.” en “In het jaer 1768 den 25 augustus hebben wij gulden broeders den heer Graef de Pesser Heer van het Quartter van Furenhaut hebben wij hier tot Vlimmeren met de gelijcke gulde broeders in gehaelt Soo hebben wij op desen dagh een half ton bier gedroncken ende drij pont poeder verschoten […].”