bronvermelding: bij gebruik van gegevens van deze webpagina graag verwijzen naar: www.elen.nl

 

Dertiende eeuw

De familienaam Eelen, in zijn uiteenlopende fonetisch identieke schrijfwijzen, met of zonder ‘van’ (maar meestal zonder), komt al voor in de middeleeuwen. In de Limburgse oor­konden worden verschillende naamdra­gers De Elen, De Eelen, Van Elen en Van Eelen vermeld, waarvan sommigen voortko­men uit een ridder­familie, zoals Dirk ‘miles van Eelne’ (c. 1263-voor 1303) en zijn zoon ridder Willem van Eelen [zie].

Adèle (Alyt) Eelens, geboren circa 1260, trouwt in Balen met Jean Cassaert. [zie]

De eerste pastoor van het Maasdorp Elen (sinds de Franse tijd Eelen, en sinds vorige eeuw weer Elen) was Joannes de Eelen [zie, p. 26]. Hij was tevens deken van het Concilie van Eyck. Hij wordt vermeld op 4 mei 1270 als uitvoerder van een testament (bron: Publications de la Societé Historique et Genéalogique dans le Limbourg 26/46, 1910, pp.149-286).

 

Veertiende eeuw

Tussen 1347 en 1351 heerst de eerste en grootste pestepidemie in Europa, die een derde van de bevolking het leven kost.

Willem Elen staat op 15 ok­to­ber 1394 te boek als bezitter van goe­deren te Eer­sel in de buurt van Bergeijck in de Kempen.

 

Vijftiende eeuw

De bekende Limburgse orgelbouwersfamilie Van Elen was afkomstig uit het dorp Elen, waarvandaan zij rond 1420 naar Maas­tricht was getrokken. Naar een van de drie orgel­bou­wers An­thonie (werkzaam c. 1424-38), Adam (werkzaam c. 1445-1455) en Jo­han van Elen (werkzaam c. 1480) is een straat vernoemd in Maastricht: de Antoon van Elenstraat [zie].

Wouter Jan Eelen, geboren circa 1423 en overleden voor 1508, en zijn vrouw Elizabet Gerard Henriks Lijsbet Wijgergangs hadden vier zoons: Jan, Arnt, Wouter en Gerard, via de oudste zoon opgaand in de familie De Cock [zie].

Pestepidemieën in Turnhout in 1430-31 , ’38, ’80 en ’90. In 1452, ’72-73, ’84 en ’87 waren er pestepidemieën in Antwerpen en het hertogdom Brabant [zie p. 1057].

Willem Aert Eelen van der Halvermijlen, gedoopt in Oirschot (bij Eindhoven) in 1435, aldaar overleden in 1472, trouwt aldaar in 1465 Geertruijd dochter van Goijaert van der Vloeten (haar broer heet Henrick); vermeld in een schepenacte (betr. pachtgarantie) van 14 januari 1471 te Oirschot . Uit dit huwelijk vier kinderen, waaronder Henrick Willem Aert Eelen [zie]. In diezelfde schepenacte wordt vermeld Henrick Henrick Daniels, geb. onbekend, echtgenoot van Margriet, dr. van Goijaert van der Vloeten. 

In 1466 werd geboren, waarschijnlijk in Oirschot, Heijlwich Eelen, dochter van Gerit Eelen en Arike (Adriana) van de Langerijt [zie].

In 1470 is gedocumenteerd Steven Elen uit Afflighem (plaats links van Brussel), leverancier van steenhouwwerk voor gebouwen, waaronder een aantal kolommen en scheibogen voor de Sint Bavo in Haarlem [zie, p. 204]. 

Magdalena Eilen Peter Eelens, geboren circa 1476, was getrouwd met met Jan Claes Steven Jan Reijnen [zie].

In de rekeningen van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap (St. Jan) te ’s Hertogenbosch van 1450-1475 staat vermeld ‘… maken 12 gulden 9 cr. item van Henrick Eelen van eenen verbornden erve dat hy betymmert heeft, uuten welcken her Jan Kyck tot synre capelryen geldenen …’ [zie]. Deze Henricus Eelen wordt elders (in de Bossche protocollen) genoemd als korenkoper.

Op 14 maart 1486 wordt Petrus Eelen uit Hechtel ingeschreven aan de Oude Universiteit van Leuven, en op 1 juni van datzelfde jaar ook Symon Elen uit Diest. Op 26 februari 1490 volgt ook Johannes Elen uit Balen, en op 14 juni 1494 Johannes Elen uit Leuven, mogelijk een herinschrijving.

In de Antwerpse poortersboeken worden ingeschreven Henrick Elen zoon van Peter Elen (1486), en Wouter Elen zoon van Elias Elen (1492-93).

 

Zestiende eeuw

Vrijwel voortdurend, maar vooral in de jaren 1504, ’12, ’16, ’29, ’53-57, ’71-80 en ’96-99, heersen epidemieën van besmettelijke ziekten, waaronder de pest, in Antwerpen en de Kempen [zie p. 1057-66]. Lokaal, zoals in Turnhout (1518-20), zijn er ook hevige uitbraken. Verspreiding geschiedt veelal via de internationale handelsroutes waar Antwerpen een belangrijk knooppunt in was (op de west-oost route Engeland-Duitsland en op de noord-zuid route Amsterdam-Parijs). Binnen de steden zorgen vooral vlooien van zwarte ratten en zwerfhonden en geïnfecteerde bedelaars voor verspreiding van ziektes. Door het inrichten van pesthuizen en strikte voorschriften wordt getracht infectiehaarden te isoleren en verdere verspreiding te voorkomen.

In het archief van de Schepenbank van Loon op Zand van 1505 en 1507 worden vermeld Jan Eelen en Corstiaen (=Christiaan) Jan Eelen. [bron] Geertruit Christiaen Jan Eelen, waarschijnlijk dochter van laatstgenoemde, wordt in 1490 geboren in Kaatsheuvel [bron].

Op 29 februari 1508 wordt Petrus Eelens uit Mechelen ingeschreven aan de Oude Universiteit van Leuven en op 27 juni 1513 Reynerus Elen uit Winterloe (bisdom Luik).

De minnebroeder Jan Elen is de auteur van de in 1517 in ‘s Hertogenbosch en in 1518 te Antwerpen uitgegeven biechtboekjes Der gemeynder bicht is dit boechelgyn genant en Der ghemeenten biech­te [zie].

Een zerksteen in het klooster van Sint Annendael te Antwerpen heeft het grafschrift ‘hier leet begraven heer Peeter Eelen hij sterfuit jaer XVe en XIX de XXVII sten dag van Mey God hebbe de ziele’ (1519).

Heijlwig Gerit Eelen trouwt rond 1519 in Oirschot met Pauwels Gijsbrecht Pauwels Vlemincx. [bron

In 1523 is Henrick Laureyns Eelens (Elens), geboren in 1471 of 1472, kerkmeester in Oisterwijk, waar hij tot 1537 in diverse aktes vermeld is [zie, onder 26.016, zie ook].

In de streek Gilze-Rijen en Molenschot (tussen Breda en Tilburg) verkopen de kinderen van Eelen Eelen (overleden) en Aleijde Symon Wouter Loonen in 1528 een huis te Rijen. Deze kinderen zijn Adriaen, Kathelijn, Cornelis, Symon, Pauwel, Peter en Yene. Zij en hun kinderen en kleinkinderen leven daar in de zestiende eeuw. [bron] De zoons van Cornelis waren Daniel Eelen, overleden in 1557 en gehuwd met Antonia Gherits, en Cornelis Eelen, overleden in 1544. 

Op 8 oktober 1534 staat Jan Eelens, zoon van Henric, geregistreerd in Olmen wegens ‘verkoop aan Wilmen van Ypere […] 1/2 mud roggen erfreijnten […]’. [bron: RAA, OGA Olmen, 1/116 r°(2)]

In de poor­tersboe­ken van Antwerpen (waarvan het inwoneraantal tussen 1374 en 1526 al was verviervoudigd van 7.000 naar 32.500 en verdubbeld tussen 1540 en 1580 van 40.000 naar 100.000) werden in de twee­de helft van de 16de eeuw verschillende naamdragers Eelen en Elen inge­schre­ven. oewel deze naamdragers niet zijn in te passen in de deelgenealogieën, volgen er hier enkele als voorbeeld, mede vanwege de diversiteit aan vermelde beroepen en hun plaatsen van herkomst, verspreid over heel Brabant en Limburg:
5 maart 1540: Claus Eelen, schipper, zoon van Jan, uit Rielant;
16 mei 1544: Cornelis Elen, timmerman, zoon van Jan, uit Gulpen;
11 juli 1550: Jasper Eelen, canifassier (koopman van canvas), zoon van Jan, uit Neeroeteren (bij Maaseik);
9 juli 1551: Peter Eelen, arbeider, zoon van Herman, uit Breda;
29 maart 1555: Govaert van Eele, biertapper, zoon van Govaert, uit de Kempen;
6 maart 1556: Pauwel Elen, tingieter, zoon van Jan, van buiten de stad;
28 maart 1561: Hubrecht Elen, bakker, zoon van Godevaert, uit Geel;
28 mei 1568: Wouter Eelen, kuiper, zoon van Lambrecht, uit Hoogloon;
9 dec. 1583: Joost Elen, stadswagenaar, zoon van Lambrecht, uit Oirschot;

Jan van Campfort verkoopt op 18 nov. 1560 aan Jan Waelrans, barbier, en Barbara Eelens het huis het Cransken, nu de Hollandse Tuin met hove, achterhuis, de helft van de weerdribbe enz. te Borgerhout. Ligging: gelegen tussen het Peerdeken, oostwaarts, de Blauwe Hand, west en noorden de straat. [bron: RAA, OGA Deurne-Borgerhout, 111/251]. Akte schepenbank Borgerhout 19 sept. 1560: Jan Waelraens, barbier, en Barbara Eelens verkopen aan Thomas Wijnants de helft van de zijmuur, oostwaarts. [bron: RAA, OGA Deurne-Borgerhout, 111/252].

Henrick Rochus Henricx Eelens (ideale vermelding, met de namen van vader en grootvader) geboren rond 1562, overleden na 27 april 1630, heeft drie broers (Adriaen, Anthonie en Jan) en is getrouwd met Geertruydt Laureys Peter Gerit Bloemkens. Zij hebben onder andere twee zoons, Laureys en Adriaen [zie, zie ook]. 

In het cahier van de honderdste penning van 1571 van het dorp Middelbeers (tussen Hilvarenbeek en Oirschot in het huidige Noord-Brabant) worden onder andere de volgende onroerende goederen vermeld die op naam staan van naamdragers Eelen: ‘Wouter Eelen eigenaar van een stuk beemd […] Wouter Eelen nu Maarten Eelen eigenaar van een stuk land daar ‘t huis ‘corts af’ van verkocht is […] Peter Eelen Dictus eigenaar van huis, schuur en hof (o.a. quade weynveltkens, huisken daar een schamel mensch in woont, diverse huizen) […] Boudewijn Peters en Peeter Eelen c.s. hebben gepacht van de heren van Oirschot t Voordeynd’. [bron: internet].

Hiëronymus Elenus [afb.] was de Latijnse naam van Jeroon Elen of Eelen uit Balen (daar geboren c. 1520, overl. Antwerpen 1576). Op 27 augustus 1539 werd hij als Hieronymus Andree Elen uit Balen ingeschreven aan de Oude Universiteit van Leuven. Elenus was rechtsgeleerde en auteur van de driedelige juridische publicatie Diatribarum, seu exercitationum ad ius civileuitgegeven door Christoffel Plantijn in Antwerpen in 1576 [afb.]. Hij was ‘primus’ (de beste) van de 127 gepromoveerden aan de Universiteit van Leuven in 1542 [bron]. Zijn vader Andreas Elen was een grammaticus (spraakkunstgeleerde) [bron], waarschijnlijk dezelfde ‘Andreas Come De Elen’ uit Balen die op 26 juni 1509 werd ingeschreven aan de Oude Universiteit van Leuven, mogelijk zoon van Johannes Elen uit Balen die op 26 februari 1490 was ingeschreven.

Eén van de vertegenwoordigers van de Staten Gene­raal bij de onder­handelingen met Don Juan van Oos­tenrijk begin 1577 was een ze­kere ‘seigneur Elen’, bis­schop van Arras [afb.], hoewel voor zover bekend de bisschopszetel van Atrecht vacant was van 16 juli 1574 tot 1 oktober 1577.

Op een zerksteen in de kelder van de kathedraal van Antwerpen staat vermeld Cornelis Eelen, geboren in 1541/42 en overleden te Antwerpen in 1597: ‘Priester ende Capellaen deser Kercke / oudt LV. Jaren sterft IV July MDXCVII / ende syne nichte […] MDLVIII’ [zie afb.].

 

Zeventiende eeuw

Henricus Eelens, waarschijnlijk zoon van Martinus, geboren voor 1588, trouwt in Dessel (tussen Retie en Mol) op 17 november 1613 met Elisabeth Smets (ook als Claesen) [zie]. Zij hadden zoons Martinus (1616-17), Nicolaus (1620), Quirinus (1623), Henricus (1627) en wederom Martinus (1630), alle in Dessel gedoopt [zie].

In de jaren 1617-38 heerst een met golven aanhoudende pestepidemie in de Kempen en vanaf 1621 ook in de stad Antwerpen [zie p. 1072-81]. Ook de de volgende decennia stak de ziekte regelmatig opnieuw de kop op. In 1678 was de laatste uitbraak van ‘de Antwerpse ziekte’ die duizenden slachtoffers veroorzaakte [zie p. 1088-91]. 

Joannes Matthie Eelens is voorzitter van de schepenen te Weelde, een dorp bij Poppel en Ravels (en het gehucht Eel), vlak onder de huidige Nederlands-Belgische landsgrens. Hij is geboren rond 1585 en in de kerk van Weelde bij het Sint-Antonius altaar begraven op 17 dec. 1663 (‘cum exsequys sepultus in ecclesia iuxta altare St. Antony etc.”). Hij ging op 13 jan. 1610 in Poppel in ondertrouw en huwde in Weelde op 30 jan. 1610 Adriana Adriani Sebastiani (uit Poppel). De op 25 febr. 1623 in Weelde gehuwde Arnoldus Matthie Eelens is waarschijnlijk een broer van hem, en de op 14 december 1625 in Weelde geboren Adriaan Jan Eelens en de op 12 mei 1680 in Weelde begraven Matthias Joannis Eelens zijn zoons (met de op 5 aug. 1646 gedoopte Sebastianus Matthie Eelens als kleinzoon). In de doopregisters vanaf 1678 (register 1678-1791) komen geen naamgenoten meer voor en de laatste drie huwelijken (van vrouwen) zijn in 1680, 1686 en 1704. Mogelijk zijn de Eelens in Weelde uitgedund en/of weggetrokken uit het gebied vanwege de grote sterfte door dysenterie (‘rode loop’ of bloeddiarree, een zeer besmettelijke bacteriële infectie) sinds 1676, die werd verspreid door de grote hoeveelheden door de Kempen trekkende soldaten sinds het rampjaar 1672 [zie]. Voornoemde Sebastianus stierf op dertigjarige leeftijd aan deze ziekte en werd begraven te Weelde 6 op sept. 1676. Dezelfde doodsoorzaak hadden o.a. Adrianus Arnoldi Matthi Eelens (begr. 5 sept. 1676) en de weduwe van Hubertus Eelens (begr. 31 maart 1675).  Waarheen de Eelens uit Weelde zijn vertrokken is (nog) niet bekend (mogelijk richting Vlimmeren?).

Op 7 februari 1645 trouwt een Henricus Eelen in Geel met Catharina Caers, zij geboren aldaar in 1626 [zie].

In 1661 wordt de eerste naamdrager Eelen(s) ingeschreven in de doopregisters van Rijkevorsel: Helena Eelens, dochter van Henricus Daniels. Uit haar jongere broers Hermanus Eelen (1663) en Daniel Eelen (1666) komt een talrijk nageslacht voort (zie elders op deze website).

1686: Cornelis Eelens Christiaenssens wordt als pachter vermeld van ‘cleijn hoeve’ op de ‘Caerte ende Metinghe’ van de priorij van het klooster van Corssendonck (Korsendonk) in Vlimmeren [zie Michel Oosterbosch, Inventaris van  het archief van de schepenbank en het dorpsbestuur van Vlimmeren 1638-1796, Brussel 2008, afb. op omslag, pp. 8, 12, toegang D 138 nrs 18-20]. Het lijkt niet waarschijnlijk dat Cornelis Eelens in 1686 als een dergelijk groot pachter (met 16 kavels op zijn naam) pas 21 jaar oud was, wat uit zijn trouwjaar 1680 (met Maria Vekemans op 13 februari in Vlimmeren) afgeleid zou kunnen worden. Hij zal waarschijnlijk al rond 1640 zijn geboren en zijn vader Christianus Eelens dan 25-35 jaar daarvoor, dus circa 1605-15, maar waar? Christianus werd begraven in Vlimmeren op 13 september 1679. Uit hen komt nageslacht voort tot de dag van vandaag.

 

Achttiende eeuw

Dysenterie komt deze eeuw veelvuldig op het Brabantse platteland, fataal bij vooral kinderen en zwakke ouderen.

In de eerste helft van de achttiende eeuw worden vier naamdragers vermeld als opvarenden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC):
Gerrit Eelen, uit Gouda, soldaat, uitreis in 1706 naar Batavia met het schip Duivenvoorde, overleden in Azië in 1718
Frans Eelen, uit Antwerpen, soldaat in dienst 1727-38, uitreis in 1727 van Vlissingen naar Batavia met het schip Huis ten Donk
Dirk Eelen, uit Swoll (Zwolle: dus Van Eelen), uitreis in 1738 naar Batavia met het schip Huis te Spijk, laatst vermeld in Azië in 1746
Pieter Eelen, uit Edenberg (Edinburg), matroos in dienst 1751-53, uitreis in 1751 naar Batavia met het schip Tulpenburg, overleden in Azië

In deze eeuw dijt het aantal naamdragers zodanig uit – en in de 19de eeuw nog veel meer – dat we dit historische overzicht laten eindigen.

Voor een informatieve en overzichtelijke tijdsbalk van het Kempenland, zie de website van Jan van Dingenen.

 

bronvermelding: bij gebruik van gegevens van deze webpagina graag verwijzen naar: www.elen.nl