Opstandelingenleider Nelis Elen

Tijdens en na afloop van de drie boerenopstanden in de 1790-er jaren – de zogenaam­de Boerenkrijg die was ontstaan uit verzet tegen de conscriptie, de verplichte inlijving van Vlaamse jonge­mannen vanaf zestien jaar in het Franse leger – vluchtten velen (meer dan 100.000 mensen) uit de Kempen naar het noor­den, de Bataafse Republiek. Tot hen behoorde ook één van de aan­voerders van die opstand, de jonge Nelis Elen (geboren als Johan­nes Cor­ne­lius Elen te Meeuwen in 1774), afkomstig uit Scherpen­heuvel (waar later een straat naar hem is vernoemd).

Hij was een van de vijf kinderen van de uit Turnhout afkomstige Joannes Antonius (Jan Antoon) Elen en Cornelia Carolina Janssens, die in 1768 in Borgerhout bij Antwerpen waren gehuwd en vervolgens door de Kempen trokken (Westmalle, Mol, Wechelderzande) al waar het beroep van zijn vader – hij was chirur­gijn – hen voerde.

Toen de Boerenkrijg losbarstte, was Nelis Elen zojuist klaar met zijn studie Wijsbegeerte aan de universiteit van Leu­ven (begonnen in jan. 1794, afgestudeerd op 15 aug. 1795). Ondanks zijn jeugdige leeftijd kreeg hij het bevel over de boerenopstande­lingen (door de Fransen misprijzend ‘brigands’ genoemd) in het Hageland. Het was echter een ongelijke strijd tegen het goed uitgeruste en getrainde Franse leger en in 1798 werd de tweede boerenop­stand in het departement der Twee Nethen en het departe­ment van de Neder-Maas bloedig en definitief neergeslagen.[1] Rond 15.000 meest jonge mannen waren gesneuveld.


Huisarts in Gorinchem vanaf 1800

De Belgische ge­schie­denis­boe­ken vermelden dat Nelis Elen daarna spoorloos ver­dwe­nen is. Onderzoekers hebben zich tot nog toe blijkbaar beperkt tot naspeuringen op inmiddels Belgisch grondgebied en hebben niet over de grens heen gekeken, terwijl het voor de hand ligt dat Elen juist daar zijn toevlucht heeft gezocht, zoals zovele anderen. Vande­beeck en Grauwels (1961) vermelden dat Elen zich na de slag bij Hasselt, waar de eerste opstand werd neergeslagen, zich ophield in de buurt van de Bataafse grens.[2] Dat zou voldoende reden moeten zijn geweest om verder in die richting te zoeken.

Enig speurwerk leverde het volgende op. Na in 1800 in Varik (in de Betuwe) te zijn getrouwd met Catharina Elisabeth Moonen verhuisde hij in datzelfde jaar naar de Bataafse grens­vesting Gorinchem, waar op 21 maart 1801 het eerste van hun 14 kinderen geboren werd. Zijn vader, zijn zuster Joanna Maria Carolina (geb. Mol 1769) en zijn broer Henri­cus Antonius (geb. Meeuwen 1776) traden in resp. 1801 en 1802, 1808 en 1806 als doopgetui­gen op. 

Hij vestigde zich als arts – kennelijk had hij de geneeskunde van zijn vader geleerd maar werd ten onrechte vermeld als ‘medicinae doctor’ (hij had immers een jaar Wijsbegeerte gestudeerd). Opmerkelijk is dat Elen in 1808 toetrad tot het gemeentebestuur van Gorinchem, als vroedschap en plaatsvervangend wethouder [3], terwijl de stad sinds 1795 in Franse handen was, vanaf 1806 onderdeel van het ‘koninkrijk Holland’ onder Lodewijk Napoleon, en je zou verwachten dat hij als voormalig opstandelingenleider zou zijn opgepakt en veroordeeld – twee van zijn door de Fransen na de onderdrukking van de laatste boerenkrijg gevangengenomen mede-commandanten waren zelfs geëxecuteerd door onthoofding. Of had hij goede connecties en was zijn professie van belang?

De fami­lie Elen bewoonde vanaf 1804 een herenhuis aan de Zuster­straat, waarvan ons een uitgebreide (rijke) boedelbeschrijving bekend is uit 1838, het jaar van zijn overlijden.[4] Het huwelijk bracht weliswaar 14 kinderen voort, maar de zes zonen zorgden geen van allen voor mannelijk nageslacht, waardoor deze familietak is uitgestorven. Het familiewapen dat onder de naam Elen met als vindplaats Den Bosch is opgenomen in het Armorial général (wapen­boek) van J.B. Rietstap is waarschijnlijk dat van de dokter. Het is een (ongetwijfeld nieuw ontworpen) beroepswapen, daar het een gouden slang (afgeleid van het aescul­aapteken) voorstelt op een blauwe grond.

Zie de fragmentgenealogie in het submenu.

A.J. Elen, 1988
laatst bijgewerkt 17 maart 2019
www.elen.nl

 

Voetnoten

[1] Zie o.a. Arthur de Bruijne, De Boerenkrijg, Brugge 1941; Paul Verhaegen, La Belgique sous la domination Française, Brussel 1929, dl. 3.

[2] Th. Vandebeeck en J. Grauwels, De boerenkrijg in het Departement van de Nedermaas, Hasselt 1961, p. 49, n. 71.

[3] Hij zou daarna tot na 1816 lid van de gemeenteraad blijven. H.A. van Gogh, Van Arkel’s Oude Veste. Geschied- en Oudheidkundige Aanteekeningen betreffende de Stad Gorinchem […], Amsterdam 1898, heruitgave Gorinchem 1973, pp. 343-344.

[4] Gemeentearchief Gorinchem, Notarieel archief, Notaris Boonzaaijer, 19 juli 1838, nr. 29.