Albertus Elen (1874 Gorinchem 1950) was de vijfde van acht kinderen en vierde van vijf zoons van Daniel Elen (1837 Gorinchem 1883) en Gerritje Meurs (Wageningen 1840-1918 Gorinchem). Zijn vader was koekbak­ker en suiker­bak­ker, zijn moeder koopvrouw. Door het vroege overlijden van hun vader Daniel in 1883 waren de minderjarige kinderen – de jongste was nog geen jaar oud – tijdelijk opgenomen in het weeshuis omdat hun moeder niet in staat was hen alleen te verzorgen. Zij had een snoepwinkeltje in de Arkelstraat, schuin tegenover de Heilige Geestkapel.

Albertus’ oudste broer Jacobus (Gorinchem 1866-1940 Dordrecht) was sui­ker­wer­ker en winkelier, later eigenaar van de suikerwerkfabriek Elen te Dord­recht, bekend om de zuurtjes. Uit diens huwelijk met Jansje van der Laan (geb. 1870) werden tussen 1890 en 1919 zeven dochters geboren, waarvan er vier kort na de geboorte overleden. Albertus’ tweede broer Dirk Elen (1870-1894) was stoker en is jong en on­ge­huwd overleden door verdrinking in de afgedamde Maas bij Neder­he­mert. Zijn derde broer Gerrit Elen (1872-1873) was al een jaar voor zijn geboorte overleden. De jongere broer Daniel (1883-1969) was timmerman en kreeg twee dochters. Twee zusters, Anna (Johanna, 1868-1953) en Bets (Elizabeth Johanna, 1879-1966) waren coupeuse aan het hof en woonden in Den Haag.

Albertus was koet­sier en later chauffeur van de Gorkumse notaris mr. V.G.A. Boll, die woonde en kantoor hield aan de Westwagenstraat 81. Er is een foto bewaard gebleven waarop hij naast diens sjieke automobiel (mogelijk een Adler uit c. 1910-15) te zien is, netjes in uniform [zie afb.]. Na de vroege pensionering van de notaris in 1922 werkte Albertus bij autobedrijf C.F. van Mill, van oorsprong een rijtuigmakerij, gevestigd aan de Arkelstraat 82. Dit familiebedrijf had in 1919 de eerste Chevrolet afgeleverd. Op latere foto’s uit de jaren dertig zien we de familie met een geleende automobiel op uitstapjes in Nederland en Duitsland, een voor hun eenvoudige milieu uitzonderlijke luxe.

Zijn echtgenote Josina Versteeg (1877-1960), met wie hij in 1900 in Brakel – een dorp aan de overkant van de rivier – was getrouwd, was winkelierster in koloniale waren en suikerwerken. Zij had de winkel in de Arkelstraat (op de plaats van het huidige huisnummer 37) van haar schoonmoeder overgenomen. Het echtpaar kreeg vier kinderen, twee dochters en twee zoons, geboren tussen 1900 en 1906. Enkel de zoons hadden kinderen. Van de oudste, Jan Elen (1902-84) is onder ditzelfde tabblad een aparte biografie.

In de vroege jaren 1930 was het gezin een van de eersten die verhuisden naar de nieuwe Haarwijk aan de andere kant van het Merwedekanaal ten westen van de stad. Albertus had daar in de buurt op zijn oude dag een moestuin en hield zelfs een paar koeien voor dagelijkse verse melk. De oorlog is de familie ongeschonden doorgekomen; vijf jaar na de bevrijding stierf Albertus.

A.J. Elen, december 2018
op www.elen.nl
printbaar pdf-bestand


Familie A. Elen-Versteeg, Gorinchem c. 1911